Hofschilder tegen wil en dank
Ondergenoemde persoon Justus (Joost) Stuyling komt voor in mijn stamboom maar is geen rechtstreekse voorvader. Een zijtak zogezegd. We hebben wel beiden een gemeenschappelijke voorvader. De oorsprong van dit verhaal komt uit "Oud Holland".
Justus Stuyling hofschilder tegen wil en dank
Het was het jaar 1620 toen Jacques Fabre, gezant van de Marokkaanse koning zich wendde tot de Rotterdamse kunstschilder Justus (Joost) Stu(y)ling. Hij meldde Justus dat hij namens de koning van Marokko verzocht werd mee te gaan naar Barbarije om aldaar te werken als hofschilder voor de Marokkaanse koning. Justus stemde in. En zo gebeurde het dat Jacques Fabre en Justus Stuyling op 8 juli van dat jaar vertrokken. Justus ging aan de slag en voldeed blijkbaar prima aan de wensen van de koning. Maar na verloop van tijd stopten de betalingen van de vorst aan Justus. Justus verviel in grote armoe en verzocht de koning terug te mogen keren naar Holland. De koning weigerde omdat hij nog van de diensten van Justus gebruik wenste te maken. Justus klampte Hollanders aan wanneer deze met hun schepen Marokko aandeden. In die tijd was er een levendige handel tussen Holland en Marokko. En ook de regeringscommisaris van Holland, Albert Ruyl werd door Stuyling aangeklampt toen deze Marokko bezocht. Ruyl stuurde een verzoek om hulp naar de Staten Generaal. Echter de enige hulp die Stuyling kreeg was die van Hllandse die bereid waren een borgsom voor hem te betalen aan de koning. Maar de koning verbood Stuyling mee aan boord te gaan. Van Stuyling is in het vaderland nooit meer iets vernomen. Hij kwijnde weg en overleed uiteindelijk in Marokko.
J@n. says:
12/07/2009 at 01:29En zo zijn er vele Marokkanen die weer wegkwijnen in Nederland…..Zo gaat het in het leven.
Truste joh!